corner Banner

Aanbestedende diensten moeten in beginsel gunnen op basis van beste prijs-kwaliteitverhouding. Dit is echter niet altijd het meest geschikte gunningscriterium. In dat geval kan er gegund worden op laagste prijs of laagste kosten. Dit moet dan wel deugdelijk worden gemotiveerd. In deze blog leg ik uit wanneer je beter niet voor gunnen op BPKV kan kiezen en hoe je dan vervolgens deugdelijk motiveert waarom je gunt op basis van laagste prijs of laagste kosten.

Er zijn drie mogelijke gunningscriteria om de economisch meest voordelige inschrijving bij een aanbesteding vast te stellen. Gunnen op basis van:

  • beste prijs-kwaliteitverhouding (hierna: BPKV);
  • laagste prijs; of
  • laagste kosten.

Een aanbestedende dienst moet in beginsel gunnen op basis van beste prijs-kwaliteitverhouding (artikel 2.114 lid 3 Aw) tenzij deugdelijk gemotiveerd kan worden dat gunnen op laagste prijs of kosten beter past in het specifieke geval. De reden hierachter is dat een aanbestedende dienst verplicht is zoveel mogelijke maatschappelijke waarde te doen leveren voor publieke middelen (artikel 1.4 lid 2 Aw).

Gunnen op basis van BPKV ligt niet voor de hand:

  • indien het gevraagde in sterke mate gestandaardiseerd in de markt verkrijgbaar is;
  • bij routinematige, niet complexe werkzaamheden of homogene handelsproducten; of
  • wanneer onderscheid in kwaliteit niet te verwachten is en daarmee de keuze voor BPKV ondoelmatig is.

In dergelijke gevallen past gunnen op laagste prijs/kosten beter. Dit vereist echter wel een gedegen motivering vooraf. Waar een dergelijke motivering aan moet voldoen wordt in deze blog toegelicht aan de hand van een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland uit mei 2022 (ECLI:NL:RBNNE:2022:1711).

Motivering gunnen op laagste prijs/kosten

Uit bovengenoemd uitspraak, waar de aanbestedende dienst in het ongelijk is gesteld, blijkt dat de motivering voor gunnen op laagste prijs/kosten niet te lichtzinnig kan worden opgevat. De motivering moet logisch en begrijpelijk zijn op basis van feiten en specifieke omstandigheden. Tegelijkertijd wordt door de rechtbank benadrukt dat er geen rechtsregel is waaruit volgt dat gunnen op basis van laagste prijs/kosten slechts in uitzonderingssituaties of onder bijzondere omstandigheden is toegestaan. Het is geoorloofd indien de keuze daarvoor deugdelijk gemotiveerd kan worden. Deze motivering moet in de aanbestedingstukken zijn opgenomen en tegelijk met de aankondiging van de opdracht bekend worden gemaakt.

Er mag worden afgeweken van de hoofdregel om te gunnen op basis van BPKV indien dit ondoelmatig is. Dit is het geval wanneer “het in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet te verwachten valt dat daarmee een zodanige ruimte voor marktpartijen zal worden gecreëerd dat zij zich voldoende uitgedaagd zullen mogen voelen om innovatieve en duurzame oplossingen aan te bieden.”

Onderscheid op duurzaamheid en innovatie

Het belang van duurzaamheid en innovatie volgt uit de Toelichting op het amendement dat ten grondslag ligt aan art. 2.114 Aw. Daarin is aangegeven dat de overheid de markt moet uitdagen om de meest optimale oplossingen aan te dragen door ruimte te bieden voor innovatie en duurzaamheid. De rechtbank stelt daarom dat voor de keuze voor een gunningscriterium geen rekening gehouden hoeft te worden met kwalitatieve criteria die niet met duurzaamheid of innovatie te maken hebben. Je moet om het gunningscriterium laagste prijs/kosten te hanteren dus onderbouwen dat de markt zich niet zou kunnen onderscheiden met innovatieve en duurzame oplossingen. Door de Commissie van Aanbestedingsexperts (advies 224) is op dit punt zelfs gesteld dat een aanbestedende dienst voldoende ruimte moet bieden in de specificatie van de opdracht voor het aanbieden van innovatieve en duurzame oplossingen omdat anders niet voldaan wordt aan artikel 1.4 Aw.

Omstandigheden van het geval

Of gunnen op basis van BPKV ondoelmatig is hangt af van de omstandigheden van het geval. Uit de motivering moet dus blijken dat met alle omstandigheden van het geval rekening is gehouden. Er moet sprake zijn van een specifieke beoordeling en afweging per aanbesteding. Een generieke motivering zoals je die vaak ziet in aanbestedingsleidraden is niet voldoende. Om welke omstandigheden gaat het dan? Het gaat dan in ieder geval om:

  • Het voorwerp van de aanbesteding (waaronder aard en omvang van de opdracht);
  • De markt waarin de aanbesteding plaatsvindt;
  • Of de markt zich in de aanbesteding voldoende kan onderscheiden met innovatieve en duurzame oplossingen bovenop de minimumeisen;
  • De wijze waarop vergelijkbare overheidsopdrachten worden aanbesteed. Indien blijkt dat vergelijkbare opdrachten wel op basis van BPKV zijn gegund kan niet goed worden gemotiveerd dat gunnen op laagste prijs/kosten een passend gunningscriterium is;
  • De mate waarin de aanbestedende dienst in de specificatie van de opdracht ruimte voor marktpartijen heeft gecreëerd voor het aanbieden van innovatieve en duurzame oplossingen (advies 224 CvAE).

Kamerstukken II 2011/12, 32440, nr. 25

De commissie stelt echter wel: “Aan deze omstandigheid zal bij de beoordeling van een klacht over een (onvoldoende gemotiveerde) afwijking van de hoofdregel van art. 2.114 lid 1 Aw 2012 echter geen betekenis kunnen worden toegekend, wanneer die klacht juist (mede) strekt tot het betoog dat een aanbestedende dienst de hiervoor bedoelde ruimte in de specificatie van de opdracht niet heeft geboden en daarmee beweerdelijk heeft gehandeld in strijd met art. 1.4 lid 2 Aw 2012”

De factor gunnen op laagste prijs bij toepassing gunningscriterium BPKV

Aanbestedende diensten hebben de vrijheid om zelf te bepalen aan welk subcriterium meer of minder gewicht wordt gegeven. Dit betekent ook dat aan het subcriterium prijs een groot gewicht mag worden toegekend. Echter wanneer de BPKV-gunningsmethodiek zo is ingericht is dat er de facto sprake is van gunnen op laagste prijs is dit strijdig met art 2.114 lid 3 Aw. Dit is het geval wanneer de redelijke verwachting bij inschrijvers zal mogen bestaan dat de waardering van de kwalitatieve aspecten van de inschrijving geen significante invloed zal hebben op de rangorde. Dan wordt formeel het gunningscriterium BPKV gehanteerd maar materieel het gunningscriterium laagste prijs. Dat kan niet zonder een deugdelijke motivering vooraf zoals in deze blog omschreven. Een dergelijk ingerichte aanbesteding is onrechtmatig en kan heraanbesteding tot gevolg hebben. Waar het omslagpunt ligt tussen ‘echt’ gunnen op BPKV of feitelijk op laagste prijs is niet eenduidig te bepalen en moet van geval tot geval worden beoordeeld weer rekening houdend met alle omstandigheden van het geval. Hierbij moet in ieder geval rekening worden gehouden met (zie ECLI:NL:RBGEL:2014:3493):

  • De specifieke gunningscriteria;
  • Hun (relatieve) gewicht;
  • Het voorwerp van de aanbesteding;
  • De markt waarin de aanbesteding plaatsvindt;
  • De mate waarin gunning op BPKV zinvol is met het oog op de daarmee te verwezenlijken door de wetgever relevant geachte doelen.

Conclusie

Voor het bepalen van de economisch meeste voordelige inschrijving moet in beginsel worden gegund op basis van beste prijs-kwaliteitverhouding. Hiervan mag gemotiveerd worden afgeweken indien dat niet doelmatig is. Dat is het geval wanneer marktpartijen niet voldoende uitgedaagd kunnen worden om innovatieve en duurzame oplossingen aan te bieden. Of gunnen op basis van BPKV ondoelmatig is hangt af van alle omstandigheden van het geval. Er moet dus bij de motivering sprake zijn van een specifieke beoordeling en afweging per aanbesteding. Tot slot is het de facto gunnen op laagste prijs niet toegestaan terwijl formeel het gunningscriterium BPKV is gehanteerd. Dit is het geval wanneer de waardering van de kwalitatieve aspecten van de inschrijving naar verwachting geen significante invloed zal hebben op de rangorde.

Patrick Landsbergen

Senior Contractmanager

Interessant? Deel dit artikel!

Lees verder in ons kenniscentrum

No items found